REACH is in principe op alle chemische stoffen van toepassing, niet alleen op chemische stoffen die in industriële processen worden gebruikt, maar ook die in het dagelijkse leven voorkomen, bijvoorbeeld in reinigingsmiddelen en in verf, evenals in voorwerpen zoals kleding, meubelen en elektrische apparaten.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen pure stoffen, stoffen in preparaten (mengsels) en stoffen in voorwerpen (producten). Definities:
- een stof is een chemisch element en de verbindingen ervan, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij vervaardiging ontstaan, met inbegrip van verontreinigingen die voortkomen uit het productieproces en additieven die noodzakelijk zijn voor de stabiliteit;
- een preparaat is een mengsel of een oplossing samengesteld uit twee of meer stoffen (zie 1);
- een voorwerp (artikel, product) is een object dat bestaat uit een of meer stoffen (1) of preparaten (2), waarbij de functie van het voorwerp meer wordt bepaald door de vorm, het oppervlak of het patroon dan door de chemische samenstelling.
(Voor producten waaruit, bij normaal gebruik, bepaalde stoffen vrijkomen geldt een aparte status.)
Welke stoffen moeten worden ge(pre-)registreerd?
Alle bestaande (bekende) stoffen moeten worden gepreregistreerd.
Dit zijn stoffen die zijn vermeld in de zogenaamde EINECS: European INventory of Existing (commercial) Chemical Substances.
Weet u niet precies welke stoffen u in huis heeft? U kunt ze dan opzoeken in de reachstoffenchecker.
U kunt hiervoor ook, geheel vrijblijvend, contact met ons opnemen.
- monomeren (basisstoffen voor polymeren, bijv. etheen, vinyl)
- metalen (chroom, cadmium, kwik)
- zouten (kopersulfaat, aluminiumchloride)
- zuren (zwavelzuur, azijnzuur, blauwzuur)
- ammoniak (als gas)
Het belangrijkste criterium of een stof al dan niet moet worden ge(pre-)registreerd is de gebruikte hoeveelheid per jaar:
- wanneer de stof in hoeveelheden van meer dan 1 ton per jaar wordt gebruikt, gemaakt of geïmporteerd, is (pre-)registratie geboden;
- deze hoeveelheid geldt per registrant, dat wil zeggen per bedrijf of in sommige gevallen per vestiging;
- hierbij maakt het niet uit of de stof al (eerder) als gevaarlijk is aangemerkt! (zie ook uitzonderingen)
Voor de zogenaamde zeer zorgwekkende stoffen ofwelSVHC geldt dat zij geautoriseerd dienen te worden, ook bij een lager verbruik dan 1 ton per jaar.
SVHC staat voor Substances of Very High Concern; tot de belangrijkste SVHC behoren de CMT, PBT en vPvB stoffen:
- stoffen die al onder andere richtlijnen vallen, zoals:
- geneesmiddelen (incl. diergeneesmiddelen)
- levensmiddelen (incl. diervoeders)
- stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, biociden
- radioactieve stoffen
- polymeren (monomeren moeten wel geregistreerd worden)
- niet-geïsoleerde tussenproducten
- het vervoer van gevaarlijke stoffen
- afvalstoffen
Dit betekent echter niet dat bijvoorbeeld fabrikanten van diervoeder- of levensmiddelen niets met REACH te maken zullen hebben. De verschillende technische hulpstoffen die tijdens het productieproces worden gebruikt kunnen immers wel onder REACH vallen!
Een voorlopig overzicht van de uitgezonderde stoffen is te vinden in Annex 4 en Annex 5: Annex IV bevat een lijst van specifieke (natuurlijke) verbindingen inclusief EINECS en CAS nummers; Annex V bevat een lijst van algemene verbindingen die zijn vrijgesteld van registratie.
Beide lijsten worden in de loop van 2008 of 2009 bijgesteld, afhankelijk van de reeds ge(pre-)registreerde stoffen.
Voorbeeld: in Annex IV worden enkele vetzuren met name genoemd, zoals stearinezuur, alsmede sommige specifieke zouten van vetzuren, zoals natrium stearaat (C18H36O2.Na2). Het is niet ondenkbaar dat deze lijst nog wordt uitgebreid met andere zouten van vetzuren met vergelijkbare fysische eigenschappen.
Voorlopig geldt echter: bij twijfel altijd preregistreren!
Voor ieder mengsel van stoffen moet worden bepaald welke stoffen erin zitten en in welke verhouding.
Voor elke stof die niet onder de uitzonderingen valt wordt nagegaan of de drempel van 1 ton per jaar wordt overschreden. Voorbeelden:
- verf (met organische oplosmiddelen, maar ook op waterbasis)
- lijm
- inkt
- legeringen van verschillende metalen
- cement (behalve standaard Portland cement)
- glas (niet de natuurlijke grondstoffen, wel de toevoegingen)
- plastics/kunststoffen (niet de polymeren, wel de toevoegingen)
- nagellakremover
- wasbenzine, thinner, white spirit
- ammonia (oplossing van ammonia in water)
Voorwerpen - artikelen - producten
Ook voor producten moet worden nagegaan welke stoffen er allemaal in zitten.
Het gaat met name om stoffen waarvan de bedoeling is dat ze bij normaal gebruik uit het product vrijkomen.
Voor deze stoffen gelden dezelfde regels als voor pure stoffen en mengsels. Voorbeelden van artikelen met vrijkomende stoffen:
- inkt in pennen, vullingen
- kleurstoffen, toner in cassette/cartridges voor printers
- spuitbussen met verf, haarlak, deodorant, etc.
- geurstoffen in luchtverfrissers, geparfumeerde kleding
Voor producten die alleen stoffen bevatten die bij normaal gebruik niet vrijkomen moet worden nagegaan:
1. of de toeleveranciers van de stoffen/producten aan alle REACH verplichtingen voldoen.
(is dat niet het geval dan kan uw bedrijfsvoering snel gevaar lopen!!)
2. of er geen zeer zorgwekkende stoffen in zitten (Substances of very high concern - SVHC), zoals:
- brandvertragers in gebruiksvoorwerpen
- weekmakers in opbergboxen en vinyl
- roet in autobanden
- vloeistof (kwik) in thermometers
- lood, cadmium in batterijen